Vanaf nul een keten opbouwen

“Vanuit het GALA kwam valpreventie eigenlijk voor het eerst echt bij ons in beeld”, vertelt Diane Evink, beleidsadviseur gezondheid bij gemeente Epe. Fysiotherapeuten waren lokaal al met valpreventie bezig, maar van een gezamenlijke gemeentelijke ketenaanpak was nog geen sprake. “We moesten eigenlijk vanaf nul iets gaan opzetten.”

Daarbij moest niet alleen worden nagedacht over de interventies zelf, maar juist over alles wat daaromheen nodig is. Wie signaleert inwoners met een verhoogd valrisico? Waar kunnen zij terecht? Wie houdt overzicht over aanmeldingen en wachtlijsten? “En misschien nog belangrijker”, vult Diane aan, “hoe zorg je ervoor dat deelnemers na afloop actief blijven?” In Epe werken daarvoor onder andere de gemeente, fysiotherapeuten en de beweegmakelaar samen. Via een lokale werkgroep zijn daarnaast onder meer de wijkverpleging, huisartsenorganisatie en apothekers betrokken. Zo komen het medische en sociale domein steeds dichter bij elkaar.

De beweegmakelaar als verbindende schakel

Een belangrijke rol binnen de aanpak ligt bij de beweegmakelaar, die in Epe ook coördinator valpreventie is. Deze houdt overzicht over de keten en zorgt ervoor dat inwoners na afronding van een valpreventieve interventie niet uit beeld verdwijnen. Samen met deelnemers wordt gekeken naar mogelijkheden om structureel te blijven sporten en bewegen.

Juist die laagdrempelige aanwezigheid maakt volgens Evink verschil. “De beweegmakelaar staat dicht bij de inwoners, kent het lokale aanbod en kan gemakkelijk verbindingen leggen. Daarmee wordt de stap van een tijdelijke interventie naar duurzaam bewegen kleiner.” De belangstelling voor de aanpak is ondertussen groot. Veel deelnemers vinden de interventies via mond-tot-mondreclame en de gemeente voert bewust nog geen grootschalige campagne. Niet omdat de behoefte ontbreekt, maar omdat ook rekening moet worden gehouden met de beschikbare capaciteit bij fysiotherapeuten en de beweegmakelaar. De uitdaging voor de komende jaren is daarom niet alleen om meer inwoners te bereiken, maar vooral om de gehele keten zo in te richten dat groei ook daadwerkelijk kan worden opgevangen.

Van opstart naar doorontwikkeling

Voor de opbouw van de keten zocht gemeente Epe vanaf het begin ondersteuning. Omdat valpreventie sterk raakt aan sport en bewegen en de gemeente een belangrijke positie voor de beweegmakelaar voor ogen had, werd de GSF betrokken.

Die ondersteuning veranderde mee met de ontwikkeling van de aanpak. In de eerste fase lag de nadruk vooral op het opbouwen van de keten: partijen bij elkaar brengen, verbindingen leggen met fysiotherapeuten en samen vormgeven aan de rol van de beweegmakelaar. Toen de basis eenmaal stond, verschoof de ondersteuning steeds meer naar coördinatie en stabilisatie. Zo ondersteunt de GSF onder andere bij regionale afstemming, begroting, monitoring en contacten met ketenpartners.

Voor Evink zit de meerwaarde ook in de bredere blik die de GSF kan bieden. “Door ervaringen uit andere gemeenten en regionale ontwikkelingen mee te nemen, hoeven we niet ieder vraagstuk zelf opnieuw uit te vinden. Keuzes over bijvoorbeeld de inrichting van de aanpak, de benodigde capaciteit of de rolverdeling kunnen daardoor worden gespiegeld aan ervaringen elders.”

Op weg naar structurele borging

De volgende stap is om de aanpak ook voor de langere termijn stevig neer te zetten. De huidige aanpak is als pilot voor twee jaar gestart en loopt tot het einde van 2026. De gemeente wil ermee doorgaan, maar werkt nog aan de formele borging. Daarvoor worden resultaten, cijfers en ervaringen van inwoners en ketenpartners bij elkaar gebracht.

Ook in die fase ondersteunt de GSF. De opdracht verschuift daarmee opnieuw: van opbouwen en uitvoeren naar evalueren en adviseren. Een belangrijk onderdeel daarvan is het scherper beschrijven van de rollen binnen de keten. Wat hoort precies bij de coördinator valpreventie? Welke taken liggen bij de beweegmakelaar? Hoeveel capaciteit is daarvoor structureel nodig? En hoeveel interventiegroepen kunnen fysiotherapeuten realistisch uitvoeren?

Volgens Evink laat juist die ontwikkeling zien wat langdurige ondersteuning kan betekenen. “De GSF is bij ons eigenlijk betrokken geweest vanaf het begin, bij het opzetten van de aanpak, tot het moment waarop we het steeds meer zelf kunnen overnemen.” Ralf van Beek, projectcoördinator bij de GSF, over het proces. “Voor ons is een aanpak pas echt geslaagd als die lokaal zo stevig staat dat onze rol steeds kleiner kan worden. We brengen kennis en ervaring in, verbinden partijen en helpen om de aanpak duurzaam te borgen.”

Het uiteindelijke doel blijft daarbij groter dan de valpreventieve interventie alleen. Epe wil dat inwoners vitaal blijven, blijven sporten en bewegen en zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen wonen. De ketenaanpak vormt daarvoor steeds meer een structurele verbinding tussen zorg, preventie en het lokale sport- en beweegaanbod.